|
In 1930 leverde Albert Servaes dit monumentale drieluik voor de Antonius voor Delftshaven |
|
|
In 1919
tekende de Vlaamse expressionist Albert Servaes een indrukwekkende
kruisweg voor de karmelieten van Luithagen. In een sober zwart-wit,
met weglating van overbodige figuranten, concentreerde Servaes zich
op het lijden, de smart en verlatenheid van Christus in de uren voor
zijn kruisdood. Deze rauwe, confronteerde versie van de kruisweg werd
niet door iedereen gewaardeerd. De kruisweg werd verwijderd uit het
kerkje van Luithagen en bevindt zich nu in het Trappistenklooster te
Berkel-Enschot.
Toch
ondervond Servaes ook waardering, en dan vooral in Nederland.
Ruimdenkende pastoors uit Amsterdam en Rotterdam deden een beroep op
hem. Zo gaf pastoor Beukering, befaamd liturgist, in 1930 de opdracht
voor dit monumentale drieluik voor zijn Sint Antonius Abtkerk te
Delftshaven, een ontwerp van architect Kropholler. In geopende
toestand toont het de glorie van Antonius; in gesloten toestand de
bekoring van Antonius.
Na de
sluiting van de kerk in 1971 begon het drieluik van Servaes aan een
zwerftocht langs kerken in het Rotterdamse, die eindigde in de
kelders van een kerk te Den Haag. Vandaar werd het uiteindelijk
overgebracht naar het museum in Uden.
