|
Een preekstoel voor Amsterdam |
|
|
|
Nederland heeft talrijke schilders van naam voortgebracht. Tegenover deze rijke traditie met vele beroemdheden steekt de vaderlandse beeldhouwkunst wat bleekjes af. En dat zou vooral aan het calvinisme te danken zijn, zo wordt vaak gezegd. De calvinisten zuiverden niet alleen hun kerkgebouwen van paapse heiligenbeelden, de calvinistische machthebbers zouden ook weinig gevoelig zijn voor de verleiding van praalzucht en zelfverheerlijking in de vorm van monumenten en standbeelden. Recente studies naar de zeventiende-eeuwse grafsculptuur en naar het beeldenprogramma in het Amsterdamse stadhuis / Paleis op de Dam nuanceren deze visie: zonder, al dan niet pronkerige, beelden zijn de zeventiende en achttiende eeuw ons land zeker niet voorbijgegaan. Wel werden de beeldhouwers vaak uit de Zuidelijke Nederlanden gerekruteerd. De meest bekende voorbeelden zijn Artus Quellinus (Quellijn) en Rombout Verhulst. Voor een goede opleiding en een regelmatige stroom aan opdrachten kon men beter in steden als Mechelen of Antwerpen zijn. Zo zocht Walter Pompe uit Lith in 1722, op negentienjarige leeftijd, zijn heil in de Scheldestad. Dat de beeldhouwkunst in Nederland lange tijd een ‘zuidelijke’ aangelegenheid was, blijkt ook uit de geschiedenis van deze imposante, fraai gesneden eikenhouten preekstoel, die met een hoogte van zesmeter nog maar net in het museum past. De preekstoel is afkomstig uit ‘ De Liefde’, een kerk in Amsterdam-West die in 1990 haar deuren sloot. De preekstoel is in 1796 opgeleverd en draagt zowel barokke elementen, als het opengehouden gordijn aan het rugstuk, als meer classicistische elementen in zich. Het is deze combinatie die tezamen met de uitvoering de Antwerpse beeldhouwer Jan van Hool (1769-1837) in herinnering brengt. Rond 1800 werkte hij nauw samen met stadgenoot Frans van Ursel. Dat een Amsterdamse parochie helemaal naar Antwerpen moest uitwijken voor een preekstoel, bewijst dat in die dagen in Nederland de beeldhouwkunsttraditie nog altijd op een laag pitje stond. |
