Eigenlijk komt dit beeldje niet
uit
Weert. Tenminste niet oorspronkelijk. Het zal rond 1844 in weert
terecht zijn gekomen. In dat jaar vestigden de zusters birgittinessen
zich in Weert. En wel vanuit Uden. daar stond, en staat nog steeds de
oude abdij ‘Maria Refugie’, het moederklooster van
het klooster
te Weert. In de winter van 1843/1844 vertrokken per trekschuit over
de Zuid Willemsvaart enkele zusters vanuit Uden/Veghel naar Weert.
Bij hun verhuizing namen de zusters ook huisraad en beelden mee.
Hieronder naar alle waarschijnlijkheid ook dit kleine Maria- beeldje.
Het is maar 13,5 cm groot. Maar het is wel zeer fijn en met veel oog
voor detail gesneden. Een waar meesterwerkje en zelfs de originele
kleuren zijn grotendeels bewaard gebleven. Het is duidelijk een
devotie -beeldje dat oorspronkelijk wel in een kastje, in een klein,
privé -altaartje zal hebben gestaan. Maar hoe oud is het ?
En
waar is het gemaakt ? Die vragen zijn nog niet definitief beantwoord.
Toch is er wel wat over te vertellen. De stijl is gotisch, met een
vroege hang naar renaissance. Men zou het op 1520 kunnen dateren. En
de streek ? Een van de culturele centra van het hertogdom Brabant.
Maar hoogstwaarschijnlijk is het beeldje iets jonger en is het kort
na 1604 in de buurt van Mechelen gesneden. In dat jaar waaide in het
bedevaartsoord Scherpenheuvel namelijk om. In deze boom stond het
beeldje van Maria van Scherpenheuvel. In opdracht van de autoriteiten
werden uit het hout van deze boom verschillende kopieën van
het
originele beeldje gesneden. Die wisselden onderling sterk van
kwaliteit. De meeste van hen werden aan kloosters geschonken.
Eén
van hen hoogstwaarschijnlijk aan de birgittijnse dubbelabdij
‘Mariënwater’ te Koudewater. Na de
reformatie werd deze
abdij voortgezet te Uden en namen de zusters o.a. dit beeldje vanuit
Koudewater mee. In 1844 verhuisde het vervolgens naar Weert. Na
honderdzestig jaar kwam het via, via, in bezit van het museum. Maria
was weer thuis. Het museum is immers gehuisvest in de birgittijnse
abdij ‘Maria Refugie’ te Uden.