Anna uit Hilvarenbeek |
|
![]() |
In
Hilvarenbeek staat een van de
mooiste, Kempense kerktorens van Brabant. Gelegen aan het Vrijthof
geeft hij dit brinkdorp een deftig, groots uiterlijk. Achter deze
toren zetelde eens, in de kerk, het kapittel van Hilvarenbeek. Het
waren machtige geestelijke heren. Een ervan is nog in een fresco
afgebeeld. Zeer waarschijnlijk hebben zij dit beeldje gekend en
misschien heeft een van hen dit beeldje ooit besteld in Mechelen.
Daar is het namelijk gemaakt. Mechelen was in de late middeleeuwen
een centrum waar op grote schaal kleine devotie beeldjes werden
vervaardigd, vaak voor privé-gebruik. Sommige van deze
beeldjes groeide uit tot ware cultusbeelden. Denk aan O.L.Vrouw van
Elshout en O.L.Vrouw ter Linde te Uden.
Vaak waren deze beeldjes niet groter dan 36, 37 cm. Zij werden dan ook wel als ‘Mechelse pupkes’ aangeduid. Zij werden allemaal afzonderlijk gekeurd op de kwaliteit van het hout en van de beschildering. De zeer kwetsbare beschildering van dit beeldje is uitzonderlijk goed bewaard gebleven en op de zomen van het kleed van Anna is zelfs nog een hymne te lezen. De voorstelling van Anna met op haar arm haar dochter Maria, die op haar beurt weer haar Zoon, het Christuskind draagt, was uitermate populair rond 1500 in geheel Europa. Vanwege de drie afgebeelde personen, worden dergelijke beeldjes ‘Anna-te-Drieën’ genoemd. Later zou er van kerkelijke zijde bezwaar rijzen tegen deze voorstelling. Anna werd veel te belangrijk, veel te groot voorgesteld. Zij was toch niet groter dan Christus ? Na 1550 wordt een ander type beeld van Anna met Maria ingevoerd, maar bleef de oude Anna-te-Drieën – voorstelling in de devotie even populair. |
