De
stichting van Batenburg is met
talrijke legenden en historische spinsels omgeven. Het zou de
hoofdstad van de Batavieren zijn geweest. Claudius Civilis zou er
rondgewaard hebben en later zou ook Faust het stadje met zijn
imposante ruïne bezocht hebben. De geschiedenis druipt als het
ware van dit monumentale Maasstadje af. Talrijk zijn de monumenten,
talloos de schriftelijke en archeologische overleveringen. Zo werden
bij de bouw van de huidige neo-gotische Sint Victorkerk talrijke
urnen gevonden en sprak men bij die gelegenheid breed van een
Germaans grafveld. De oude middeleeuwse kerk was toen al lang niet
meer bij de katholieken in gebruik.Hier kerkten al sinds de
Tachtigjarige Oorlog een kleine protestante gemeente. Het is een rijk
kerkje volgestouwd met grafmonumenten en herinneringsborden. Hier
deed eens, zo rond 1500, een merkwaardig koperen voorwerp dienst dat
in geen enkele middeleeuwse kerk mocht ontbreken. Een gebold koperen
vaatje gevuld met water. Het heeft twee tuiten die eindigen in twee
spuwers in de vorm van dierenmuilen.Oorspronkelijk hing het in een
muurnisje rechts in het koor. Hier waste de priester
vóór
en nádat hij de H.Mis had gelezen zijn handen. Daarom twee
tuiten. Voor de H.Mis werd het tuitje aan de linkerkant naar beneden
gedrukt, na de dienst werden de handen opnieuw gewassen maar nu met
water uit het rechtertuitje.Via een kleine afvoer door de muur
vloeide het gebruikte water vervolgens weg over het kerkhof dat om
het kerkgebouw gelegen was. Aan dit wegsijpelende water danken wij de
uitdrukking: Gods water over Gods akker laten vloeien.